Oehoe

Groot is deze roofvogel, de oehoe, zeker. Mannetjes blijven rond de 1,50 meter, zo groot als een schoolkind. Vrouwtjes daarentegen kunnen tot wel 2 meter groot worden. De oehoe dankt zijn naam aan zijn roep, wat klinkt als een luidt ‘OEHOE’.

De afmetingen hierboven hebben betrekking op de spanwijdte. Dit is de afstand van de ene top van de vleugel naar de andere top van de vleugel gemeten op het moment dat de vleugels wijd gespannen zijn. Van boven tot onder worden oehoe’s ongeveer 60-70 cm, waarbij de vrouwtjes vaak iets groter zijn dan de mannetjes.

Oehoes jagen op alle dieren die ze maar te pakken kunnen krijgen. Dit zijn niet alleen kleine muisjes of ratten, maar voornamelijk konijnen, hazen, vossen, kraaien, en kleinere roofvogels als andere uilensoorten worden graag gegeten door de oehoe.

De oehoe jaagt op deze vogels met behulp van zijn goede zicht. Zijn ogen zijn erg groot, zodat er veel licht naar binnen kan vallen. De ogen liggen bewegingsloos in hun kassen, waardoor de oehoe zijn kop moet bewegen om opzij of helemaal achterom te kijken.

Daarnaast heeft een oehoe een erg goed gehoor. De oren van een oehoe zijn niet de pluimpjes op zijn kop, wat vaak gedacht wordt. De oren bevinden zich, zoals bij meerdere uilensoorten, aan de zijkant van zijn kop. Dit gehoor gebruikt een oehoe om ’s nachts zijn prooi te kunnen lokaliseren.

 

DEEL DIT WEETJE

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *